Bezoek aan Johan de Witt tentoonstelling in Dordrecht
Gepubliceerd door Jan Mendrik in lezing verslag · zaterdag 04 okt 2025 · 7 minuten
Op 2 oktober brachten we met een klein groepje belangstellenden van de Spinozakring Soest een bezoek aan de Johan de Witt tentoonstelling “De wereld van Johan de Witt”, in het Dordrechts museum. De tentoonstelling is daar nog te zien t/m 7 december 2025.
In de ochtend leidde mede-Soestenaar Jean Marc van Tol ons rond over de tentoonstelling. Jean Marc is één van de samenstellers van de tentoonstelling.
In de ochtend leidde mede-Soestenaar Jean Marc van Tol ons rond over de tentoonstelling. Jean Marc is één van de samenstellers van de tentoonstelling.
De altijd super enthousiaste Jean Marc van Tol bij het beeld van Johan de Witt
Johan de Witt (1625-1672) was tijdgenoot van Spinoza en raadpensionaris (1653-1672) van de Nederlandse Republiek. De tentoonstelling toont onder meer brieven van en over Johan de Witt en een keur aan schilderijen, topstukken die voor deze tentoonstelling zijn samengebracht. Zo zijn er twee meesterwerken te zien die tijdelijk beschikbaar zijn uit de eerste kamer, die nu verbouwd wordt: de allegorie op de vrede van Adriaen Hanneman en de allegorie op de oorlog van Jan Lievens.

Ook is de Zwaan van Jan Asselijn, geleend van het Rijksmuseum, te zien. Het stuk is symbolisch omdat men de Witt zag als een zwaan die zijn nest beschermt. [1]

Interessant is ook de portrettengalerij van Johan de Witt en zijn familie.


Jean Marc van Tol en Gonny Pasman, de organisator van de Spinozakring Soest
Bij een Fokke en Sukke tekening van Jean Marc.
Bij een Fokke en Sukke tekening van Jean Marc.
’s Middags gaf Jean Marc een lezing in het museum, georganiseerd door de Vereniging Dordrechts Museum. De vereniging was zo vriendelijk om ons, uit Soest, als gast uit te nodigen bij de lezing.
Jean Marc van Tol legde uit dat de tentoonstelling eigenlijk een uitvloeisel is van het correspondentieproject dat in samenwerking met het Huygens Instituut (KNAW) tot stand kwam. Dit project, dat bijna tien jaar geleden begon, heeft als doel de volledige nalatenschap van Johan De Witt in kaart te brengen en digitaal toegankelijk te maken.
Jean-Marc vertelde over dit onderzoek. Hij is afgestudeerd letterkundige, gespecialiseerd in middeleeuws Nederlands en dol op academische archiefstudie. De kern van het correspondentieproject, dat hij uitvoert samen met andere deskundigen en ca 30 studenten, betreft het digitaal ontsluiten van het 38 meter lange, unieke archief van De Witt. Dit archief is van uitzonderlijke historische waarde omdat het direct na de moord op de gebroeders de Witt in 1672 in beslag werd genomen, wat voorkwam dat Johan, in tegenstelling tot andere politici, zijn correspondentie eerst nog kon zuiveren.Daarnaast is Jean Marc tekenaar van Fokke en Sukke en schrijft hij historische romans (Musch, Buat en het nog te verschijnen Willem). Hij schreef n.a.v. een lezing[2] die hij hield voor de spinozakring Soest in januari 2025: De Witt en Spinoza, Spinoza en de Witt.[3]
In het project worden brieven en andere documenten gescand en gedigitaliseerd. Vervolgens voegt het team de metadata toe. Bijzonder is de inzet van AI-software (“Transkribus”) voor transcriptie. Een model werd getraind op het zeer regelmatige handschrift van De Witt. Deze software, ontwikkeld in samenwerking met een Zwitserse universiteit, behaalt een nauwkeurigheidspercentage van circa 97%, een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de 80% die bij handmatige paleografie als een goede score wordt beschouwd.
Het project leidt tot de ontdekking dat het beeld dat is ontstaan door oudere, negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse edities van De Witts brieven, onvolledig en selectief is. De digitale analyse heeft cruciale nieuwe inzichten opgeleverd. Zo is een veel uitgebreider en internationaler netwerk blootgelegd dan voorheen bekend was, en is de significante rol van vrouwelijke correspondenten, zoals Louise Christina van Solms, aan het licht gekomen—een aspect dat door eerdere historici grotendeels werd genegeerd.
Het project leidt tot de ontdekking dat het beeld dat is ontstaan door oudere, negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse edities van De Witts brieven, onvolledig en selectief is. De digitale analyse heeft cruciale nieuwe inzichten opgeleverd. Zo is een veel uitgebreider en internationaler netwerk blootgelegd dan voorheen bekend was, en is de significante rol van vrouwelijke correspondenten, zoals Louise Christina van Solms, aan het licht gekomen—een aspect dat door eerdere historici grotendeels werd genegeerd.
De bevindingen van dit onderzoek vormen de basis voor succesvolle publieksprojecten, waaronder de tentoonstelling in het Dordrechts Museum, diverse boekpublicaties en een televisiedocumentaire[4].
Jean Marc belichtte in de lezing ook cruciale momenten in Johan de Witts leven, met name zijn onverwachte opkomst aan de macht na de mislukte staatsgreep van Willem II in 1650, en stelt gevestigde 'feiten', zoals zijn geboorteplaats Dordrecht, ter discussie op basis van nieuw bewijs uit de archieven. Waarschijnlijk is Johan de Witt in Den Haag geboren omdat zijn vader, Jacob de Witt, ten tijde van zijn geboorte veelvuldig in Den Haag aanwezig was bij vergaderingen van de Staten van Holland en zijn gezin had meegenomen.
Na de pauze vertelde Jean Marc over mensen rondom Johan de Witt, met een specifieke focus op de figuur Henri de Fleury de Coulan, beter bekend als Ritmeester Buat. Zijn analyse, gebaseerd op uitgebreid archiefonderzoek, corrigeert eerdere, geromantiseerde geschiedschrijvingen en werpt nieuw licht op de complexe politieke intriges van de Tweede Engelse Zeeoorlog.
De centrale figuur, Ritmeester Buat, wordt in de roman door Jean Marc gepresenteerd als een 'onbetrouwbare verteller' en een ietwat naïeve militair die ongewild een cruciale rol speelde als boodschapper tussen Johan de Witt en de Engelse Lord Arlington. Zijn ongeletterdheid leidde tot een fatale fout: hij overhandigde per ongeluk een geheim, verraderlijk schrijven aan De Witt, wat de ondergang en executie van Buat in 1666 inluidde.
Dit verraad, en de ontmaskering ervan, versterkte op korte termijn de positie van Johan en Cornelis de Witt, wat leidde tot de succesvolle tocht naar Chatham en de voor de Republiek gunstige Vrede van Breda.
Verder benadrukte hij de veelzijdigheid van Johan de Witt, niet alleen als staatsman maar ook als een financieel genie die wordt beschouwd als de grondlegger van de levensverzekering door zijn wiskundige werk m.b.t. lijfrentes.
Jean Marc lardeerde zijn verhaal met veel opmerkelijke en soms komische details. Zo vertelde hij over het bestaan van de L'Ordre de l'Union de la Joie, een 'schertsorde' (gezelligheidsvereniging) opgericht in Den Haag door de zussen Amelie en 'Traetje' van Brederode in de periode dat de Oranjes politiek buitenspel stonden.
De leden kwamen bijeen voor feesten, muziek en dans, en hielden zich aan speelse regels, zoals het maken van een 'trikotetsje' (reverence) bij ontmoetingen op straat.
Opmerkelijk is dat niet alleen de Oranje-aanhang lid was, maar ook prominente figuren als Johan de Witt en de gebroeders Christiaan en Constantijn Huygens Jr. Hun vader, Constantijn Huygens Sr., schreef een humoristische brief waarin hij vroeg of hij "het hulpje van de leerling van de kok" van de orde mocht worden.
In de door Jean Marc geschreven literaire reconstructie wordt Buat lid gemaakt van deze orde om zijn toegang tot de kring rond Johan de Witt te verklaren.
De leden kwamen bijeen voor feesten, muziek en dans, en hielden zich aan speelse regels, zoals het maken van een 'trikotetsje' (reverence) bij ontmoetingen op straat.
Opmerkelijk is dat niet alleen de Oranje-aanhang lid was, maar ook prominente figuren als Johan de Witt en de gebroeders Christiaan en Constantijn Huygens Jr. Hun vader, Constantijn Huygens Sr., schreef een humoristische brief waarin hij vroeg of hij "het hulpje van de leerling van de kok" van de orde mocht worden.
In de door Jean Marc geschreven literaire reconstructie wordt Buat lid gemaakt van deze orde om zijn toegang tot de kring rond Johan de Witt te verklaren.
[1] Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_bedreigde_zwaan
Het schilderij toont een knobbelzwaan die haar nest met eieren beschermt tegen een hond. De zwaan staat voor zuiverheid en de hond voor het kwaad. Aan de voorstelling zijn na het overlijden van Asselijn drie opschriften toegevoegd. Onder de zwaan staat in hoofdletters DE RAAD=PENSIONARIS. Vermoed wordt dat daarmee Johan de Witt bedoeld wordt. Op een van de eieren staat, eveneens in hoofdletters, HOLLAND geschreven, een verwijzing naar het gewest Holland, waarvan De Witt raadpensionaris was. Boven de hond staat DE VIAND VAN DE STAAT. Op die manier kreeg de voorstelling de allegorische betekenis van Johan de Witt (de zwaan), die Holland (het ei) beschermt tegen de vijanden van de staat (de hond).
[2] https://www.spinozakringsoest.nl/geschreven-verslag-lezing-jean-marc-van-tol---20250118.html
[3] Zie voor een recensie door Gonny Pasman, van dit pas verschenen boekje: https://www.spinozakringsoest.nl/boek-recensies.html#De_Witt_en_Spinoza
[4] De Grooten Tour van de gebroeders de Witt
https://npo.nl/start/serie/de-grooten-tour-van-de-gebroeders-de-witt/seizoen-1/grooten-tour-van-de-gebroeders-de-witt_3
0
beoordelingen
Uw mening is belangrijk voor ons en helpt ons de service te verbeteren.